De Kilimanjaro is niet het paradijs op aarde

De Kilimanjaro is niet het paradijs op aarde

De Kilimanjaro is niet het paradijs op aarde

De Kilimanjaro in Tanzania staat op de bucketlist van ontelbare reizigers ter wereld, en zo ook op de mijne 10 jaar geleden. Vandaag kijk ik meewarig terug op mijn calvarietocht naar “Afrika’s dak”, en som 5 argumenten op waarom je beter een andere vulkaan uitkiest voor een leuke wandeltocht.

1. Simpelweg teveel homo turisticus

365 dagen per jaar slingert een kleurrijke stoet met homo turisticus zich over de flanken van de “schitterende berg”, 40.000 per jaar. Daaronder vinden we gewone mensen die eens iets speciaals willen doen, maar ook recordjagers en benefietstappers. Een Italiaan stormde de Kili op en af in 5 uur en een rolstoelgebruiker deed hetzelfde al rollend in 9 dagen. Een 87-jarige Fransman trekkebeende de Kili op en naar verluidt ook een Kempenaar met alleen zijn onderbroek en schoenen aan. Daarnaast zag de Kili talloze transplantie-, kanker-, diabetes en astmapatiënten passeren en zelfs profesionnele wielrenners als Contador en Sagan. Om maar te zeggen: alleen ben je er niet, en “uniek” is de expeditie niet. Stilte is een schaars goed. Dagelijks weerklinkt er een kakafonie van rammelende potten en pannen, kakelende kippen, mekkerende geiten, lawaaierige radio’s en roepende, zingende en vloekende mensen. 

2. De vuilste toiletten ter wereld

Een mens produceert 150 gram uitwerpselen per dag. De gemiddelde toerist – 40.000 per jaar aldus – verblijft 5 dagen op de Kili. Dat maakt 30 ton menselijk mest per jaar. De kleine houten barrakjes zijn niet opgewassen tegen deze megahoop: enorme drolpiramides wachten tussen vier planken op de walgende homo turisticus. Gevolg is dat die verkiezen om hun faeces te lozen in de vrije natuur. Zo wapperen slierten WC-papier tussen de lage begroeiing van de Kili en vermengt een kwalijke geur zich met de dichte mist. Homo sapiens scheidt ook overmatig zweet af. Maar er is nauwelijks water. Wassen is er dan ook niet bij, hooguit wat geklooi met een onwelriekend washandje in een kleine plastiekbak. Sommige tourgroepen nemen dragers onder de arm die dan badkamers en chemische toiletten mee zeulen. Heel avontuurlijk.

3. Dragers geven een knagend gevoel

De Kilimanjaro is een inkomstenbron voor de verarmde mensen die leven op en rond Kilimanjaro. Maar het enige contact tussen homo turisticus en de lokale bevolking zijn de dragers. Het zijn vaak jonge gasten zonder opleiding, werklozen, verarmde boeren.  Mijn drager had erbarmelijk schoeisel aan, oude baskets met gaten en afgesleten zool. Zien hoe die mannen met tientallen kilo’s op hun rug de bagageloze toeristen voorbij stuiven als miep miep road runner coyote voorbij vliegt: het voelt niet goed. Zeker als je weet dat ze voor de hijgende toeristen moeten zijn om tenten op te zetten, te koken, en zij evengoed gevoelig zijn voor hoogteziekte. Ik herinner mij ook goed hoe alle dragers in de keukentent moesten slapen, en dus altijd afhingen van het slaaptijdstip van de toeristen. En dan spreken we niet over de talloze klachten over hun loon en rechtzekerheid en inhalerige touroperators en gidsen die fooien van meelijhebbende toeristen achterhouden. 

4. Aanslag op de fysieke en mentale gezondheid

Toeristen zeuren zich te pletter over hoogteziekte, diamox (het middel er tegen), hoofdpijn en de vraag of de top al dan niet gehaald zal worden. De Kili weegt mentaal op mensen. Volgens touroperators worden de inspanningen beloond met prachtige zichten. Ik ga niet ontkennen dat de zichten op de Kili top zijn. Maar een mens sleurt nu ook eenmaal zijn vermoeid lichaam mee. Hoe hoger je komt, hoe mooier het panorama, maar hoe minder je er van ziet. Eenmaal over de 3000 meter opent de natuur immers haar shock en awe strategie: die gele brandbal gooit UV-straling in de strijd, de wind roept miljoenen zandkorrels op om ogen te verblinden. De lucht is ijl. De ademhaling stokt. Overdag draait moeder Natuur de temperatuur van de oven open, ’s nachts gaat de  thermostaat 10 graden onder nul. Homo turisticus is moe, en kijkt nog enkel naar de tippen van zijn goretex schoenen, mooie zichten ten spijt.

5. Hoogtepunt waarvan niet te genieten valt

Staan op het dak van Afrika: dat is het orgasme van de Kilimanjarotrekker. Voor de “toppoging” moet homo turisticus om 23:00 uit de veren. Het doel is om tegen 5 u ’s ochtends Uhuru Peak te bereiken op 5.895 meter. Eerst steken we pannenkoeken, eieren en polentapap achter de kiezen. Daarna schrijden we de stikdonkere nacht in. Voeten zakken in losliggend grind. Terwijl mijn vingertoppen en neus afvriezen staat mijn thermisch ondergoed in het zweet. Na een uur of drie denk ik aan niks meer, alleen het gewicht van mijn voeten bij iedere stap en mijn schurende ademhaling. En na eindeloze uren zie ik het beroemde bord staan: “Congratulations. You are now at Uhuru Peak. Tanzania. 5895 m. Africa’s highest point”. Het is Siberisch koud, razende poolwinden beuken op mijn Gore Tex. Er is geen enkele beschutting. Ik klapper het glazuur van mijn tanden. Ik ijsbeer cirkeltjes om warm te blijven. En jawel, daar is de zon aan de einder. Ik knijp een traan weg, van pure vermoeidheid.

Auteur: Jan Fransen
Weblog: www.reizenginderachter.com
Facebook: www.facebook.com/reizenvoorbijdeverbeelding

Reageer op dit artikel
  1. Auteur

    Ik ben Jan Fransen. In 2015 staat de teller op honderd reizen in vijftig landen. Beroepshalve ondersteun ik ontwikkelingslanden in hun inspanningen om de kwaliteit van hun onderwijs te verbeteren. Maar ook in mijn vrije tijd reis ik, en ik schrijf over reizen, vooral minder bekende bestemmingen. Ik ga dansen (latino) en wandelen, een glas wijn drinken met vrienden en een boekje lezen in een gezellige zaak waar kwaliteitsespresso de neus prikkelt. Ik apprecieer optimisme, vrolijkheid, relativeringsvermogen en humor. Van negativisme, gelatenheid, dweperij en cynisme word ik moe.