Onverwachtse ontmoetingen in de onverwachtse Chaco

Oog in oog met 4 poema’s die een zondvloed overleefden

Oog in oog met 4 poema’s die een zondvloed overleefden

Wild en onbekend is de Chaco. Het toerisme gaat aan deze regio in het Noorden van Paraguay voorbij. Een uitstekende plaats aldus voor onverwachtse ontmoetingen in een onverwachts decor. Hierbij mijn vijf leukste oog-in-oog momenten in de “groene hel van Paraguay”.

1. Oog in oog met de uitgestorven gewaande tagua

Dat de Paraguayaanse Chaco heel lang een godvergeten gat is geweest, bewijst de geschiedenis van de tagua. Tot 1970 ging men ervan uit dat het beest tienduizenden jaren geleden de pijp aan maarten had gegeven. Tijdens een zoektocht naar fossielen halverwege de jaren zeventig keken verbaasde wetenschappers plots een echte tagua in de ogen. De tagua is zo één van de weinige grote zoogdieren die pas “ontdekt” zijn geworden in de 20ste eeuw. De tagua is een everzwijn met een grijs-bruine pels en een witte collier om de hals en smalle pootjes in verhouding tot het lichaam.

Grappig zijn de lange haren die rechtstaan in de nek. De tagua komt alleen voor in de Chaco. Grootschalige veeteelt, stroperij en een gebrek aan overheidsbeleid brachten de soort aan de rand van totale uitroeiing. Mennonieten lieten hun goed hart zien en hebben na de ontdekking van de tagua een reservaat opgezet, met fondsen van de San Diego zoo in California. En zo sta ik in dit reservaat te kijken naar drie taguas die in een halve cirkel naast elkaar afgrijselijke stinkscheten in de atmosfeer blazen. Het is hun natuurlijk verdedigingsmiddel tegen vijanden en homo sapiens is daarbij vijand nummer 1.

Oog in oog met de uitgestorven gewaande tagua Oog in oog met de uitgestorven gewaande tagua

2. Oog in oog met 4 poema’s die een zondvloed overleefden

De zoektocht naar de vermeend verloren tagua bracht ons ook naar de vermeend verloren zoo van Filadelfia, de “hoofdstad” van de Chaco. De zoo betond niet meer, zo luidde het bij de plaatselijke bewoners. Iemand anders hield het dan weer op “verhuisd”, naar de “wijde omgeving”. Zo kwamen we na veel vijven en zessen in een hotel zonder gasten terecht, waarvan de tuin de zoo herbergde. “Neen, geen dieren meer”, schudt de wat verbaasde hoteleigenaar het hoofd, “enkel nog vier leeuwen”.

De andere dieren waren “weggespoeld” na hevige regens. Leeuwen in Paraguay? Weggespoelde dieren? Rare plek hier. Maar er stonden wel dierenhokken, overwoekerd door struikgewas en onkruid. Tussen de hokken hingen de beddenlakens van het hotel te drogen. Achteraan stond het hok van de “leeuwen”, die poema’s blijken te zijn. Twee volwassen en twee pasgeboren exemplaren van een maand oud. Met helderblauwe oogjes en zwarte vlekjes over de pels. Over de vloer ligt een afgeknauwd schouderblad en een bloederig dijbeen.

Oog in oog met 4 poema’s die een zondvloed overleefden Oog in oog met 4 poema’s die een zondvloed overleefden

 

3. Oog in oog met de ñandú en ander bizar vogelgrut

Via de museumconservator in Filadelfia kwamen we terecht bij Marylin, een beginnende en vriendelijke gids. We begonnen met een ontspannen rondritje op haar ranch, een paar kilometer buiten Filadelfia. We zagen al snel de lange halzen van ñandús opduiken uit het hoge gras. De ñandú is de grootste vogel van Zuid-Amerika, die behoord tot de familie van de struisvogelachtigen. Ze zijn bedreigd en komen enkel voor in Argentinië, Bolivia, Brazilië en Paraguay. Op een uurtje tijd zagen we verder twee uilen, bonte parkieten, grote aalscholvers, ibissen met een geel hoofd, een reiger met een blauw hoofd en een rode snavel en een bontgekleurde specht. Achteraan haar ranch ligt er in een bosje een poel waar regelmatig tapirs op bezoek kwamen. “A ja, is dat interessant?”, vroeg ze verwonderd. Ik vertelde haar dat gidsen er zich voor meer dan 100 US dollar een punthoofd naar zoeken. Heerlijk ontoeristisch, Paraguay.

Oog in oog met de ñandú en ander bizar vogelgrut Oog in oog met de ñandú en ander bizar vogelgrut

4. Oog in oog met luie Chileense flamingo’s

Op de middag zaten we in een houten uitkijktoren te kijken naar de meren en bossen om ons heen. Marylin was met ons het Campo Maria Private Reserve in gereden, een gebied met zoute en zoete meren, waarvan de Mennonietencoöperatie Chortitzer eigenaar is. Tientallen zwanen dobberen rustig rond over het kalme water.

Een groep witte reigers zit in een boom. Plevieren en eenden zwemmen rond. 50 Chileense flamingo’s staan pal in het ondiepe water. Hun kopjes bewegen langzaam terwijl ze ons volgen. Het roze staat mooi tegen de voorgrond van de door zoutafzettingen wit gekleurde oevers. Wolken weerspiegelen zich in het rimpelloze meer. Ontelbare pootafdrukken getuigden van de aanwezigheid van tapirs, herten en een wilde kat. In het zand lagen twee slangenskeletten te roosteren in de felle zon.

Oog in oog met luie Chileense flamingo’s Oog in oog met luie Chileense flamingo’s

5. Oog in oog met een slecht gehumeurde ratelslang

Na ons luie moment in de uitkijktoren van Campo Maria Reserve snorden we over stikdonkere baantjes terug richting Filadelfia. Plots remt Marylin sterk af. Een paar meter voor ons ligt een grote ratelslag op de weg, een levend exemplaar deze maal en jammer genoeg niet gediend met onze aanwezigheid en onze koplampen in haar ogen. Ze draait zich in een bolletje en trekt de kop achteruit, klaar om een paar milliliter verlammend gif in onze aders te spuiten. We verstijven en de slang kalmeert. Daarna kruipt ze in het kreupelhout. Een waardige afsluiter van een verblijf dat nog echt “off the beaten track” geheten mag worden.

Auteur: Jan Fransen
Weblog: www.reizenginderachter.com
Facebook: www.facebook.com/reizenvoorbijdeverbeelding

Reageer op dit artikel
  1. Auteur

    Ik ben Jan Fransen. In 2015 staat de teller op honderd reizen in vijftig landen. Beroepshalve ondersteun ik ontwikkelingslanden in hun inspanningen om de kwaliteit van hun onderwijs te verbeteren. Maar ook in mijn vrije tijd reis ik, en ik schrijf over reizen, vooral minder bekende bestemmingen. Ik ga dansen (latino) en wandelen, een glas wijn drinken met vrienden en een boekje lezen in een gezellige zaak waar kwaliteitsespresso de neus prikkelt. Ik apprecieer optimisme, vrolijkheid, relativeringsvermogen en humor. Van negativisme, gelatenheid, dweperij en cynisme word ik moe.