Voetbal is oorlog en zeker in Buenos Aires

Onverwachtse reismomenten: Voetbal is oorlog en zeker in Buenos Aires

Onverwachtse reismomenten: Voetbal is oorlog en zeker in Buenos Aires

Ik stap uit een bestelbusje in een grimmige achterbuurt van Buenos Aires. Voor mij loopt een schriel mannetje met onhandelbare haargroei. Hij is mijn gids. Zenuwachtiger als mezelf stel ik vast. Een dag eerder zag ik een advertentie in het Art Factory Hotel. Ze beloofde een “onvergetelijke” voetbalmatch tussen Boca Juniors en San Lorenzo de Almagro. “Onder leiding van een deskundige gids”, luidde het. Leuk, dacht ik. Hoog in het stadion bij de neutrale supporters.

Nu loop ik tussen rijen robocops met waterkanonnen, wapenstokken en rubberkogels. Hoe fout kunnen verwachtingen zijn? Het begrip neutrale supporter is in Argentinië onbekend. Ik ben verplicht deel van La Doce, de twaalfde man van Boca, de mafste hooligans ter wereld. Drie uur voor de aftrap banen we ons een weg door de mensenzee.

De fans springen en zingen uren voor de match. Door het springen symboliseren ze het kloppend hart van Boca. Het voelt claustrofobisch en broeierig. Een fanfare marcheert binnen, met trommels, tamboeren en blazers. Daarachter lopen mannen die spandoeken en vlaggen torsen. En daarachter trekken en duwen supporters. Sommigen worden wild tegen de betonnen muren gekatapulteerd, nog anderen onder de voet gelopen. Die razende meute loopt onder een erehaag van gebalde vuisten die op en neer gaan. “Boca, Boca, Boca”. Een eresaluut voor de barra brava, de ultra’s onder de Boca supporters. Tijdens matchen zorgen zij voor de gezellige “wij-zijn-Boca-en-de-rest-zijn-hoerenzonen” sfeer, maar ze durven ook al eens op elkaars gezicht timmeren.

Mijn hemd zuigt het zweet van de hooligans voor en naast mij op. Mijn haar is nat van het speeksel van mijn fulminerende achterbuur. Mijn haar waait omhoog wanneer een man brult als een Orc uit Lord of the Rings. Dit is één van de orkestmeesters van de barra brava. De jongeren kijken naar hen op. Het zijn culthelden met geld, imago en status. De barra brava recruteert jongeren in de sloppenwijken. Zij treden uit de vergetelheid van hun grauwe bestaan als stoere mannen van de barra brava. Aan de andere kant razen de San Lorenzo supporters hun hok binnen. Het stadion kraakt onder 80.000 stampende voeten. “Hijos nuestros, hijos nuestros” (onze kinderen, onze kinderen) stijgt uit duizenden kelen op.

Op een spandoek staat “als onze kinderen zijn jullie geboren en als onze kinderen zullen jullie sterven”. Door de vijandelijke hooligans “onze zonen” te noemen, duwt men ze in de rol van kinderen. De zoon onderwerpt zich aan het gezag van de vader. Tot de weinig fijnzinnige symboliek hoort ook “neuken”. Zo zingen de Boca fans: “Boca mijn leven is één en al vreugde, wij zijn de grootste van Argentinië, neuk racing en de kiekens, neuk de cuevos en de politie”. Waarbij gallinas en cuevos verwijzen naar de fans van River Plate en San Lorenzo. Zij zijn de mietjes en de homoseksuelen, de fans de echte mannen, zij die neuken. Vrouwen zijn weinig verrassend zeldzaam in dit milieu van neukende “übermannen”.

De spelers lopen het terrein op. Gebrul, Bengaals vuur, voetzoekers, rookgordijnen. Als een zee bij springtij rolt een enorme vlag over de ganse spionkop, met daarop: “Jugador N°12”. Vlak voor rust scoort Boca. GOOOOAAAAAL. De fans springen op elkaar. Anderen hangen als primaten op het traliewerk, oogbollen uit de kassen. Een kwartier ver in de 2de helft brengt de 1-1 door San Lorenzo rust in de kop. Een moment van stilte, ongeloof in de blikken.

Tranen staan in de ogen. San Lorenzo gaat op zoek naar de winnende goal. Voor een moment zijn de fans van San Lorenzo hoorbaar. “Hijos de puta, hijos de puta” scanderen ze. Plots weerklinkt een rauwe kreet. De orc maant ons schuimbekkend aan om achter de ploeg gaan te staan. Minuut 75. De keeper van Boca trapt uit, een boca speler pikt de bal mee, speelt die naar een ploegmaat links van de back. Die laatste legt mooi terug op een ploegmaat die de bal binnen pegelt. La Doce van de hel naar de hemel. Boca Campionata. Het feest kan beginnen. Voor bij is het bezoekuur aan dit gekkenhuis afgelopen. Ik ga slapen.

Auteur: Jan Fransen
Weblog: www.reizenginderachter.com
Facebook: www.facebook.com/reizenvoorbijdeverbeelding

Reageer op dit artikel
  1. Auteur

    Ik ben Jan Fransen. In 2015 staat de teller op honderd reizen in vijftig landen. Beroepshalve ondersteun ik ontwikkelingslanden in hun inspanningen om de kwaliteit van hun onderwijs te verbeteren. Maar ook in mijn vrije tijd reis ik, en ik schrijf over reizen, vooral minder bekende bestemmingen. Ik ga dansen (latino) en wandelen, een glas wijn drinken met vrienden en een boekje lezen in een gezellige zaak waar kwaliteitsespresso de neus prikkelt. Ik apprecieer optimisme, vrolijkheid, relativeringsvermogen en humor. Van negativisme, gelatenheid, dweperij en cynisme word ik moe.